BlauwBloed--overlayTop BlauwBloed--overlayBottom BlauwBloed--overlayHeader BlauwBloed--overlayLeft BlauwBloed--overlayOrange Icon--npo Icon--EO Icon--tag Icon--search Icon--menu Icon--close Icon--image Icon--photo Icon--audio Icon--video Icon--play Icon--instagram whatsapp instagram-with-circle Icon--mail twitter twitter-with-circle facebook facebook-with-circle Icon--rss clock

‘Van de prins geen kwaad’

Op 1 december is het precies 10 jaar geleden dat prins Bernhard overleed. Lange tijd lijkt zijn positie onaantastbaar; ‘van de prins geen kwaad weten' luidt het spreekwoord. Met de Lockheed-Affaire verandert dat, maar na zijn dood zal de prins pas écht een boekje open doen.

De verloving – 1936 - van Bernhard van Lippe-Biesterfeld met prinses Juliana – de vermoedelijke troonopvolger - geeft het Nederlandse koningshuis eindelijk continuïteit. De aanstaande echtgenoot van Juliana is iemand met een vlotte omgangsstijl en ziet er goed uit. Nederland heeft een zo zeer gewenste man voor Juliana. Een ‘sprookjesprins’ zo lijkt het.

“Hij zorgde voor een frisse wind aan het hof in Den Haag door zijn charmante manier van optreden. Hij hield van snelle auto’s en hij kleedde zich goed. Hij verkeerde ook in allerlei kringen die men aan het hof niet zo gewend was, waar Nederland wat verder vanaf stond.” Aan het woord is Menno de Bruyne. Naast zijn werk als voorlichter van de Tweede Kamerfractie van de SGP is hij een kenner van het Nederlands staatsrecht.

Al snel na het huwelijk van Juliana en Bernhard (1937) is een nieuwe vermoedelijke troonopvolger geboren (Beatrix, 1938). De voortgang van het koningshuis lijkt gewaarborgd. Een jaar daarna bevalt Juliana van nog een kind (Irene, 1939). Later volgen nog twee dochters (Margriet, 1943 en Marijke, 1947). Een grote rol is er voor Bernhard in de Tweede Wereldoorlog en in de herinnering is - in Nederland - Bernhard dé man tijdens en na de oorlog. Het lijkt zelfs (en zo leren sommigen dat ook op school) of het gehele Duitse leger zich in Wageningen aan de prins zelf overgeeft.

De Bruyne: “Hij heeft in de Tweede Wereldoorlog veel gezag gewonnen. Hij is toen – zoals anderen zeggen – een beetje verpest doordat hij ook veel vrijheden heeft gekregen. En dat in een periode dat er geen normale staatsrechtelijke verhoudingen waren. Hij werd goed beschermd door zijn schoonmoeder en daar is hij eigenlijk de verkeerde kant opgegaan; zij het dat het avontuurlijke in hem - en dat toch wat ‘dwarse’ -  ook wel in zijn karakter zat. Dat is niet aangekweekt, maar dat zat in hem.”

In de jaren na de oorlog is het Bernhard die verre reizen maakt en dat allemaal voor de welvaart van Nederland; hij ontmoet staatshoofden en 'the rich and famous'. “Een makelaar in relaties”. Dat het goed gaat met de Nederlandse industrie in die tijd lijken we ook aan Bernhard te danken te hebben. Menno de Bruyne vindt dat je rekening moet houden met de omstandigheden waarin hij verkeerde: “Bernhard zijn ook veel vrijheden gegund. Door álle kabinetten waar hij mee te maken had. Die lieten hem zijn gang gaan. Ook al omdat hij duidelijk dingen voor Nederland heeft weten te bewerkstelligen die anders op een moeilijke manier of helemaal niet waren bewerkstelligd.”

De relatie met Juliana komt – eind jaren ’40 van de vorige eeuw - in een crisis en Juliana en Bernhard gaan elk een eigen weg. Voor het oog van de camera's woont er een hecht gezin op Soestdijk.

Pagina 17:’

(over de geboorte van de eerste buitenechtelijke dochter)

Volgens de prins was er een verband tussen de geboorte van deze dochter en de beschuldigingen van de kringen rond Hofmans dat hij geld van Juliana zou hebben achterover gedrukt. “Ja, je kunt daarover lachen, ik vond het door mijn opvoeding een enorme belediging. Als ik twintig onwettige kinderen had gehad en zij had mij dat verweten, dan had ik me dood geërgerd en had ik gezegd: het zijn er minder. Toch, zo’n verwijt had ik aanvaard. Maar de beschuldiging geld te stelen van je eigen vrouw… Dat heeft iets kapot gemaakt. Dat heb ik haar verteld. Ik heb gezegd: dat is de verklaring waarom ik deze dochter heb.”

Koningshuisdeskundige Fred Lammers is oud-journalist bij ‘Trouw’. Hij schreef diverse boeken over het koningshuis en was zo nu en dan te gast op Paleis Soestdijk. “Ik vond het erg dat hij zo minderwaardig over Juliana sprak; dat hij ze een ‘fletse vrouw’ noemde. Bernhard heeft alles aan Juliana te danken. Hij was toch een onbekende prins, zoals er zoveel in Duitsland rondlopen. Doordat hij met Juliana trouwde is de wereld voor hem opengegaan en kon hij overal binnenkomen. Die man heeft een heerlijk leven gehad en dat heeft hij aan Juliana te danken.

Het leven gaat door, ook in dat ‘witte paleis in het groen’. In 1976 is er de Lockheed-Affaire. Een ‘commissie van drie’ doet onderzoek en komt tot de conclusie:

“…dat Zijne Koninklijke Hoogheid zich aanvankelijk veel te lichtvaardig had begeven in transacties, die de indruk moesten wekken dat hij gevoelig was voor gunsten en dat hij zich toegankelijk had getoond voor onoorbare aanbiedingen en hij had zich laten verleiden tot het nemen van initiatieven die volstrekt onaanvaardbaar waren en die hemzelf en het Nederlandse aanschafbeleid bij Lockheed (…) en niet alleen bij Lockheed, in een bedenkelijk daglicht moesten stellen.”

Door geen strafvervolging tegen de prins in te stellen voorkomt het kabinet Den Uyl een constitutionele crisis. Wel moet Bernhard afscheid nemen van het voorzitterschap van de zogenaamde Bilderberg-conferenties en van zijn ere-functie als Inspecteur-Generaal van de krijgsmacht. Het daarbij behorende uniform moet voortaan in de kast blijven.

Pagina 25:

Dus was uw conclusie? (over Lockheed)

“Dat het waar was dat mij een half miljoen gulden was aangeboden – er waren wel vier mensen van Lockheed die het de commissie hadden verteld – maar dat het mij dus kennelijk totaal niet heeft geinteresseerd. Ik wilde geen geld hebben. Ik had geen geld nodig. Niet voor mijzelf. Dat vond ik oninteressant.”

Pagina 27:

Vindt u echt dat het een fout was?

“Ja. De Prins der Nederlanden vraagt niet om commissie. Basta. Door gebrek aan kritiek had ik waarschijnlijk te veel het idee: ik kan alles. Of: alles wat ik doe is goed en moet men dan maar aanvaarden. Het komt doordat je op een gegeven moment te veel succes hebt. Wat bij mij in de loop der jaren was scheef gegroeid, is door de gebeurtenissen in 1976 op slag gecorrigeerd.”

“Het was een schok” zegt Menno de Bruyne die terugdenkt aan het ‘Lockheed-jaar’ 1976. “Het sloeg in als een bom en niet alleen bij het volksdeel (SGP, red) waar ik in verkeer, maar veel breder omdat de prins toch wel aardig op een voetstuk stond bij nogal wat mensen.”

Na het overlijden van prinses Juliana in maart 2004 overlijdt prins Bernhard in december van hetzelfde jaar. De uitvaart is indrukwekkend, zeker het saluut dat wordt gebracht door vliegtuigen in een zogenaamde ‘Missing-man-formatie’. Een laatste groet van de krijgsmacht.

Nadat Bernhard een open brief heeft geschreven (De Volkskrant, 2004) komt kort na zijn overlijden het boekje uit: ‘De prins spreekt’. Het blijkt dat hij - eerder - zonder kennis van de minister-president (verantwoordelijk voor het Koninklijk Huis) en koningin Beatrix (hoofd van de familie), zijn visie op het prinselijk leven heeft verteld aan de journalisten Pieter Broertjes en Jan Tromp.

Bernhard wordt geprezen. Vooral in de kringen van het voormalig verzet blijft hij een held. De ‘maten van toen’ verklaren dat Bernhard heel trouw is als het gaat om vriendschap. Voor de oud-strijders is hij altijd heel goed geweest zeggen diverse oud-Engelandvaarders: “Hij heeft veel voor ons gedaan.”

Annejet van der Zijl schets in haar boek ‘Bernhard. Een verborgen geschiedenis’ (Querido, 2010) een andere kant van de ‘Prins der Nederlanden’. Door tot dan toe onbekende feiten, documenten en inzichten geeft het boek een nieuwe kijk op het leven van de prins. Moeten we het bestaande beeld van ‘de sterke man naast de koningin’ bijstellen of willen we ‘van de prins geen kwaad weten’?

Menno de Bruyne: “Het doet pijn wanneer je feiten hoort over iemand op wie je gesteld bent. Die passen niet bij het beeld. Wij belijden in het reformatorische volksdeel ‘Vest op prinsen geen betrouwen’, maar ondertussen hadden we dat vertrouwen wel een beetje. Fred Lammers: “Dat postume interview was helemaal een schok natuurlijk, dat had hij gewoon ‘geregeld’. Hij was toch dood dus konden ze hem niet meer terechtwijzen. Het was heel onverstandig en het heeft afbreuk gedaan aan zijn nagedachtenis.”

Pagina 15/16:

Het maakt uit of de mensen aan mij terugdenken als een aardige vent of een scharrelaar.

Als het beeld is dat ik zo nu en dan een deugniet was, dan gun ik dat de mensen. Maar ik zou het erg vinden als ze denken: hij deugde niet.

 

De citaten in dit artikel zijn ontleend aan het boek:

‘De prins spreekt’ door Pieter Broertjes en Jan Tromp

Uitgeverij Balans, 2004

Meer over

Dit artikel zit in de dossiers: