Ga naar submenu Ga naar zoekveld

Den koning van Hispanje, heb ik altijd geëerd

3 november 2019 · Leestijd 4 min

"Den koning van Hispanje, heb ik altijd geëerd", zonder twijfel een van de meest bijzondere passages uit het eerste couplet van het Wilhelmus. Hoewel vandaag de dag de banden tussen het Spaanse en Nederlandse koningshuis goed zijn, roept de passage vragen op. Rond 1570, toen het Wilhelmus werd geschreven, was Nederland toch juist in oorlog met de Spanjaarden? Waar komt deze frase uit ons Nederlandse volkslied dan eigenlijk vandaan?

Het Wilhelmus stamt uit de tijd dat de Nederlandse Republiek, onder leiding van Willem van Oranje (1533-1584), in opstand kwam tegen de Spanjaarden. De legers van de prins van Oranje trokken in de tweede helft van de zestiende eeuw door de Nederlandse gewesten op zoek naar steden die zich wilden aansluiten bij de Opstand. 

Na een mislukte veldtocht van het leger van de prins in het zuiden van Nederland, zou als eerbetoon aan Willem van Oranje het Wilhelmus zijn geschreven. In vijftien coupletten wordt de prins als leider van het verzet tegen Spanje, en bovenal, als vrome christen, voorgesteld. Het Wilhelmus werd hét geuzenlied in het verzet tegen de Spanjaarden. 

Over de auteur van het Wilhelmus heerst echter veel twijfel. Het zou kunnen dat Filips van Marnix van Sint Aldegonde (1540-1598), een vertrouweling en secretaris van de prins van Oranje, het lied schreef. Een andere mogelijke auteur is de Vlaamse calvinist Petrus Datheen (1531-1588). 

Lees verder onder de afbeelding.

Het Wilhelmus in een handschrift van Willem de Gorter, c. 1600-1620.
Het Wilhelmus in een handschrift van Willem de Gorter, c. 1600-1620.

"Wilhelmus van Nassouwe Ben ick van Duytschen Bloedt, Den Vaderland ghetrouwe Blijf ick tot inden doet; Een Prince van Orangien Ben ick vry onverveert. Den Coninck van Hispangien Heb ick altijt gheeert."

Groeiende onvrede

De Republiek maakte in de zestiende eeuw deel uit van het grote Spaanse rijk van koning Filips II (1527-1598). Hoewel het land al sinds jaar en dag in handen was van de Oostenrijkse en Spaanse Habsburgers sloeg de goede relatie tussen de Spaanse koning en zijn gewesten om in de tweede helft van de zestiende eeuw. 

Er rees onvrede over het feit dat men dacht dat de Nederlanden achtergesteld waren bij de rest van het rijk. Er moesten hoge belastingen worden betaald, maar de Nederlanders hadden nauwelijks medezeggenschap in het bestuur van het rijk. Daarbij kwam dat het protestantisme langzaam steeds meer voet aan de grond kreeg op Nederlandse bodem, en de katholieke Spanjaarden dit het liefst met wortel en tak wilden uitroeien. 

Onder leiding van de prins van Oranje begon een periode die vandaag de dag bekend staat als de Tachtigjarige Oorlog of de Nederlandse Opstand. 

Lees verder onder de afbeeldingen.

De Spaanse koning wordt afgezworen

Toch was het niet de Spaanse koning die hiervoor door de Nederlanders verantwoordelijk werd gehouden. Prins Willem van Oranje had een goede band met Filips en diens vader keizer Karel V (1500-1558). 

Willems verzet richtte zich in eerste instantie tot de raadgevers van de koning, die hem volgens de opstandelingen slecht adviseerden in staatszaken. De wreedheden die in de Nederlanden plaatsvonden, werden uitgevoerd in opdracht van lieden als de hertog van Alva (1507-1582) en landvoogdes Margaretha van Parma (1522-1586), zo luidde de propaganda.

Lees verder onder de afbeeldingen.  

Dit veranderde in de late jaren 1570. Toen de anti-protsestantse maatregelen heviger werden, en er steeds meer protestanten hardhandig werden vervolgd, besloten de opstandelingen dat de Spaanse koning verantwoordelijk gehouden kon worden voor de 'Spaanse tirannie' in de Nederlanden. 

Willem van Oranje publiceerde in 1580 zijn "Apologie", waarin hij persoonlijk afstand deed van Filips II. En een jaar later verscheen het Plakkaat van Verlatinghe, waarmee de Nederlandse Republiek zich officieel afscheidde van de Spaanse vorst.  

Lees verder onder de afbeelding.

RP-P-OB-79.848.jpg

"In de loop der jaren ben ik tot het inzicht gekomen dat de wreedheid en dwaasheid van de Spanjaarden oneindig groot zijn. (...) De koning had eigenhandig een brief aan mij geschreven, die zo hoffelijk en vriendelijk was, dat hij alleen maar als bedrieglijk beschouwd kon worden."

Willem van Oranje, Apologie, 1580.

Vogelvrij

Uiteindelijk wreekte Filips II zich op de prins van Oranje. Na de publicatie van de 'Apologie' werd Willem van Oranje door de koning vogelvrij verklaard, wat betekende dat iedereen de prins ongestraft mocht doden. In 1584 gaf de katholiek Balthasar Gerards (1557-1584) hieraan gehoor. 

Lees verder onder de afbeelding.

Moord_op_Willem_van_Oranje.jpg

Herinnering

Vandaag de dag is de relatie tussen de Spaanse en Nederlandse koningshuizen goed, met opnieuw een Felipe aan het roer in Spanje, en een Willem in Nederland. Afstammelingen van de Willem en Filips van toen. 

Toch bleef de passage, "Den koning van Hispanje, heb ik altijd geëerd", altijd in het geuzenlied staan. Als herinnering aan vervlogen tijden? 

ANP-378178455.jpg

Beeldmateriaal: Rijksmuseum, Amsterdam / Koninklijke Bibliotheek, Den Haag / KBR / ANP

--:--