
Interview
Leestijd: 4 minDoor Renée Prenger
Sinds een aantal jaar opent koning Willem-Alexander de deuren van zijn werkpaleis voor het publiek. Maar waarom is het zo belangrijk dat Paleis Noordeinde in Den Haag deze zomer toegankelijk is voor iedereen? Dat vragen we aan Claudia Hörster, directeur van de Koninklijke Verzamelingen.
We spreken Claudia Hörster tijdens de persdag voor de opening van Paleis Noordeinde en de aangrenzende Koninklijke Stallen. "Tien jaar geleden heeft de koning besloten om Paleis Noordeinde en de Koninklijke Stallen iedere zomer open te stellen voor het publiek. Hij vindt het ontzettend belangrijk om dit erfgoed te delen. Het bijzondere is dat je als bezoeker niet alleen inzicht krijgt in de historische lagen van dit gebouw en de lange geschiedenis van het Huis van Oranje met deze plek, maar ook in de manier waarop het moderne koningschap functioneert."
"Hoe wij hier als dienst van het Koninklijk Huis het staatshoofd elke dag ondersteunen bij de uitoefening van zijn ambt", verduidelijkt Hörster. Elk jaar staat een ander onderwerp centraal. Dit jaar is dat het Militair Huis, een van de hofdepartementen.
Het meest verrassende aan Paleis Noordeinde vindt Hörster misschien wel de Indische Zaal. "In dit paleis tref je ineens een heel andere wereld aan, die doet denken aan een Javaanse tempel. Dat verwacht je hier niet." Elk jaar een nieuw onderwerp vinden voor de tentoonstelling? Dat vinden Hörster en haar team niet moeilijk. Dankzij de rijke geschiedenis is er, volgens Hörster, "geen tekort aan onderwerpen."
Lees verder onder de foto.
Deze zomer is het paleis gevuld met bijzondere objecten die een relatie hebben met de krijgsmacht. Zo zijn onder meer het uniform van koning Willem III uit circa 1840 en een brief uit 1594 waarin stadhouder Maurits advies krijgt over de contramars, destijds een vernieuwende militaire tactiek te zien. Daarnaast is er een bijzonder kistje met botsplinters die werden verwijderd uit de Waterloo-wond van de latere koning Willem II.
Verder zijn ook zijn Grootkruis in de Militaire Willems-Orde uit 1815, het in 1965 door koningin Juliana uitgereikte vaandel van de Koninklijke Luchtmacht en de sextant die koning Willem-Alexander tijdens zijn diensttijd bij de Koninklijke Marine gebruikte, te bewonderen.
Extra bijzonder is de bevelhebbersstaf van Willem van Oranje, die speciaal vanuit Spanje naar Nederland is overgebracht. Willem van Oranje leidde de Opstand tegen Spanje en reikte de staf uit aan een van zijn legerleiders.
"Dichter bij de bevelhebbersstaf van Willem van Oranje komen we eigenlijk niet", vertelt adjudant-generaal Ludger Brummelaar, Chef Militaire Huis. "Op een van de zilveren schildjes staat het wapen van Willem van Oranje; het andere verwijst vermoedelijk naar de voormalige, nu onbekende eigenaar. De bevelhebber kreeg met deze staf een opdracht mee, gegraveerd in de twee zilveren ringen: 'Wees zuinig op de troepen, en het oordeel van God zal je bespaard blijven.'" Tijdens de Slag op de Mookerheide in 1574 viel de bevelhebbersstaf in Spaanse handen.
Tekst gaat hieronder verder.
Ook is de baret te zien die prinses Amalia ontving na het succesvol afronden van de Algemene Militaire Opleiding. "De koning heeft begin dit jaar op Schiphol mooi gezegd: 'Ik vind het belangrijk om te laten zien dat wij een bijdrage moeten leveren aan de krijgsmacht, en ik vind ook dat mijn gezin dat moet.' Daarom is het mooi dat de koningin ervoor heeft gezorgd dat zij reservist is geworden en dat de Prinses van Oranje ook een bijdrage levert door haar deelname aan het Defensity College", vertelt Brummelaar.

Beeld: Koninklijke Verzamelingen
